Kenmerken, problematiek en beloop zorgtrajecten van jongeren die hulp vragen bij Brijder-Jeugd: een retrospectief dossieronderzoek

De wetenschappelijke kennis over verslaving bij jongeren is nog relatief beperkt, zeker wat betreft jongeren in Nederland. Uit het beschikbare onderzoek komt naar voren dat het effect van verslavingsbehandeling klein tot - maximaal - middelgroot is, dat niet één type behandeling superieur is en dat we niet goed weten welke jongeren het meest baat hebben bij welk type behandeling. Een te korte of te weinig intensieve behandeling en vroegtijdige beëindiging van behandeling ('drop-out') zijn belangrijke factoren die de effectiviteit van behandeling ondermijnen. Het is echter grotendeels onbekend welke patiëntkenmerken van invloed zijn op de duur, intensiteit en het al dan niet vroegtijdig staken van een verslavingsbehandeling en op welke wijze patiëntkenmerken het beloop van het zorgtraject bij jongeren modereren.

Doel

Met een retrospectief dossieronderzoek naar jongeren die in behandeling waren bij Brijder Jeugd wordt beoogd meer inzicht te krijgen in voorspellers van zorgtrajecten bij jongeren in de jeugdverslavingszorg. Het overkoepelende doel van het onderzoek is het verhogen van de effectiviteit van verslavingsbehandeling van jongeren door het verbeteren van de vroegdetectie van jongeren met een hoog risico op een te kort, te weinig intensief of vroegtijdig beëindigd zorgtraject.

Methode

Voor het onderzoek wordt gebruik gemaakt van geanonimiseerde patiënt- en zorggegevens van Brijder Jeugd. De belangrijkste uitkomstparameters in het onderzoek zijn de duur, intensiteit en wijze van beëindiging (vroegtijdig versus regulier) van het zorgtraject en de voorspellende waarde van de gevonden predictoren van deze parameters.

Projectduur

De looptijd van het onderzoek is van november 2019 tot juni 2021.

Financier

Het onderzoek wordt intern gefinancierd.

Onderzoeksteam

  • Renske Spijkerman: senior onderzoeker – het PARC
  • Evelien van der Schee: onderzoeker – het PARC
  • Vincent Hendriks: hoofd onderzoek – het PARC