01 maart 2018

Sinds deze week is de Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van drugs beschikbaar voor de middelen cannabis, cocaïne, amfetamine, XTC, GHB en benzodiazepines. De richtlijn draagt bij aan de kwaliteit en doelmatigheid van de behandeling van en zorg aan patiënten met deze verslavingen.

Voor de behandeling van alcohol- en opiaatverslaving bestaan multidisciplinaire richtlijnen (MDR) en sinds eind 2017 ook de Zorgstandaard Problematisch alcoholgebruik en alcoholverslaving en de Zorgstandaard Opiaatverslaving. Voor verslaving aan andere middelen bestond echter nog geen MDR en dus ook geen zorgstandaard. Daar komt nu verandering in met deze nieuwe richtlijn.

'Andere' drugs

De laatste jaren neemt het aantal potentieel verslavende middelen toe. Naast de 'traditionele' alcohol- en opiaatverslavingen melden zich de laatste jaren steeds vaker patiënten met een stoornis in het gebruik van cannabis, cocaïne, amfetamine en recent ook GHB. Daarnaast verdient de situatie ten aanzien van stoornissen in het gebruik van XTC verheldering: zijn er wel personen met een verslaving aan XTC en wat is er bekend over de eventuele behandeling? Ook voor langdurig gebruik van en stoornissen in het gebruik van benzodiazepines (slaapmiddelen) is meer aandacht nodig. Daarom is het van belang dat hulpverleners, patiënten en hun naasten over een overzicht kunnen beschikken van de (relatieve) effectiviteit van de verschillende behandelmogelijkheden, zodat ze goed geïnformeerde keuzes kunnen maken.

Aanbevelingen

De nieuwe multidisciplinaire richtlijn geeft breed gedragen aanbevelingen op basis van de kennis en ervaring van zowel wetenschappers en beroepsbeoefenaren als patiënten. Algemene aanbevelingen in de richtlijn zijn gericht op het bevorderen van het herstelproces van de patiënt. Een andere belangrijke aanbeveling luidt: voer op brede schaal het op middelengebruik gerichte contingentie management in bij de Nederlandse specialistische verslavingszorg. Per drug geeft de richtlijn vervolgens interventies voor het verminderen of stoppen met het gebruik ervan en het verminderen van de symptomen behorend tot de stoornis in het gebruik van de drug. De richtlijn gaat verder in op de behandeling bij psychiatrische comorbiditeit en de behandeling van specifieke groepen, zoals jongeren en mensen die verslaafd zijn aan meerdere drugs tegelijkertijd. Een belangrijke conclusie in de MDR is dat er vooralsnog onvoldoende overtuigend bewijs is voor een medicamenteuze behandeling van stoornissen in het gebruik van cannabis, cocaïne en de andere drugs.

Brede zorgstandaard

De MDR is ontwikkeld door een werkgroep bestaande uit onderzoekers, professionals en patiënten/ervaringsdeskundigen in opdracht van het Netwerk Kwaliteitsontwikkeling GGz. Projectleider was prof.dr. Vincent Hendriks van het Parnassia Addiction Research Centre (PARC) van Brijder Verslavingszorg. Prof.dr. Wim van den Brink (AMC-UvA) was voorzitter van de werkgroep. De MDR fungeert als basis voor de toekomstige ontwikkeling van een brede zorgstandaard op het gebied van niet-opioïde drugs. Raadpleeg de Multidisciplinaire richtlijn Stoornissen in het gebruik van drugs via de database ggzstandaarden.nl.