In de afgelopen jaren is het concept 'herstel' in vrijwel alle nationale en inter­nationale (politieke) visies ten aanzien van de gezondheidszorg een cruciale rol gaan spelen. Ook in Nederland is, met name sinds de ondertekening van het "Handvest Maastricht" in 2010, binnen de Geestelijke Gezondheidszorg een transitie in gang gezet, waarbij de cliënt steeds meer centraal is komen te staan in de zorg en waarbij de geboden zorg steeds meer gericht is op het ondersteunen van de cliënt in zijn/haar herstelproces. Deze transitie heeft binnen de verslavingszorg geleid tot onder andere een toenemende inzet van ervaringsdeskundigen, een meer cliënt gerichte benadering tijdens de intake en daarop volgende behandeling (shared decision making) en meer oog voor de wensen en mogelijkheden van de cliënt. De zorg is niet langer (uitsluitend) gericht op herstel ten aanzien van de verslavingsproblematiek (klinisch herstel), maar ook op functioneel herstel, maatschappelijk herstel en persoonlijk herstel. Dit alles kan kortweg worden samengevat als een overgang naar een herstelgerichte verslavingszorg, waarbij de cliënt wordt gestimuleerd en waar nodig onder­steund in zijn/haar proces naar herstel.

In dit onderzoek wordt het beloop van verschillende aspecten van herstel bij cliënten met verslavingsproblematiek onderzocht. Tevens wordt onderzocht in hoeverre cliënten de ontvangen zorg als herstelondersteunend ervaren en de mate waarin dit samenhangt met het beloop van het herstelproces.

Doel

Deze observationele studie beoogt inzicht op te leveren in het beloop van verschillende aspecten van het herstelproces (klinisch, functioneel, maatschappelijk en persoonlijk) van cliënten binnen de verslavingszorg. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre cliënten de ontvangen zorg als herstelondersteunend (hebben) ervaren en de mate waarin dit samenhangt met het beloop van het herstelproces. In het onderzoek worden twee 'nieuwe' instrumenten – de "Inspire" en de "Individual Recovery Outcomes Counter (I.ROC)" – toegepast en beoordeeld op hun bruikbaarheid en psychometrische eigenschappen.

Het uiteindelijke doel is om cliënten met verslavings- en andere GGZ-problematiek zodanig een behandeling aan te kunnen bieden dat deze optimaal aansluit bij het herstelproces van de cliënten.

Methode

In een longitudinale, observationele studie worden cliënten van verschillende (ambulante) afdelingen van Brijder vier maal benaderd voor een interview: kort na de start van de behandeling en na 3, 6 en 12 maanden. Alle cliënten die zich aanmelden voor behandeling bij Brijder en aan de deelname criteria voldoen, wordt gevraagd mee te werken aan het onderzoek. In de interviews wordt ingegaan op de voortgang van het herstelproces van de cliënt en de behandeling die de cliënten hebben ontvangen.

In het onderzoek hebben ervaringsdeskundigen een belangrijke rol in het onderzoeksteam als onderzoeksmedewerker. De ervaringsdeskundigen hebben allen een opleiding gevolgd in het inzetten van hun ervaringsdeskundigheid in de praktijk. Aanvullend zijn de ervaringsdeskundige onderzoeksmedewerkers uitgebreid getraind in de aspecten van het onderzoek en ontvangen zij regelmatig supervisie. Als onderzoeksmedewerker rekruteren de ervaringsdeskundigen de cliënten voor het onderzoek en nemen zij de interviews af.

Projectduur

Het onderzoek is in januari 2017 gestart met het rekruteren en interviewen van deelnemers. In maart 2018 zijn de laatste deelnemers ingestroomd. Alle deelnemers worden uiteindelijk 12 maanden na de start van hun behandeling benaderd voor een laatste, afrondende interview.

Financier

Voor de uitvoering van het onderzoek is interne financiering beschikbaar.

Onderzoeksteam

  • Marieke Groenendijk: Gz-psycholoog in opleiding tot specialist
  • Peter Blanken: senior onderzoeker Brijder-PARC
  • Mascha Nuijten: onderzoeker Brijder-PARC (tot 31 december 2017)
  • Vincent Hendriks: hoofd Brijder-PARC
  • Ron Bus: ervaringsdeskundig beleidsmedewerker Brijder
  • Wim de Jong: ervaringsdeskundig onderzoeksmedewerker
  • Jan Mosterd: ervaringsdeskundig onderzoeksmedewerker
  • Gila Warshavsky: ervaringsdeskundig onderzoeksmedewerker (tot 1 mei 2017)
  • Anne Spruijt: ervaringsdeskundig onderzoeksmedewerker