De PACT-studie: Behandelmotivatie en alliantie als voorspellers van drop-out en behandelresultaat in de jeugdpsychiatrie en -verslavingszorg

Voor jongeren met psychiatrische en/of verslavingsproblemen zijn verschillende effectieve behandelingen beschikbaar, echter, de effecten van deze behandelingen zijn klein. Drop-out is één van de belangrijkste factoren die de effectiviteit van behandeling ondermijnt. In zowel de jeugdpsychiatrie als jeugdverslavingszorg is onvoldoende bekend welke cliënt-, hulpverleners- en behandelalliantiefactoren van invloed zijn op drop-out en behandelresultaat en op welke wijze deze factoren de effectiviteit van behandeling beïnvloeden.

Doel

In de PACT-studie (Professional Alliance with Clients in Treatment) wordt onderzocht hoe de behandelmotivatie en therapeutische relatie bij deze doelgroep zich over tijd ontwikkelen; hoe veranderbaar deze factoren zijn en wat de invloed van verandering in deze factoren op behandelretentie en klachtenverloop is.

Deze factoren blijken bij volwassenen met psychiatrische en/of verslavingsproblemen belangrijke voorspellers te zijn van het behandelresultaat en de drop-out. Deze factoren worden in de PACT-studie belicht vanuit de perspectieven van zowel de jongere zelf, als de behandelaar en de ouders. Wij verwachten dat het onderzoek belangrijke aanknopingspunten oplevert voor het reduceren van drop-out en het verbeteren van het behandelresultaat in de klinische praktijk.

Methode

Het onderzoek is onderverdeeld in een Fase A, met een duur van 11 maanden, en een Fase B met een duur van 9 maanden. Aan Fase A nemen vanuit de vier instellingen gezamenlijk 120 jongeren deel en aan Fase B 80 (nieuwe) jongeren. Dezelfde behandelaren nemen aan beide fases deel. Bij elke deelnemende jongere en zijn/haar ouder(s) en behandelaar worden in zowel Fase A als B op drie momenten - bij aanvang, en 2 en 4 maanden na de start van de behandeling - vragenlijsten afgenomen (o.a. WAV, MYTS, SDQ en MATE-Y).

In Fase A vullen de jongeren (n=120) daarnaast gedurende de eerste vier maanden van hun behandeling tijdens  elke behandelsessie een korte vragenlijst in over wat zij van de sessie en het behandelcontact vonden en hoe het staat met hun behandelmotivatie. Tijdens Fase A voert de behandelaar de behandeling uit zoals hij/zij normaliter gewend is (“treatment-as-usual”).

Tegen het einde van Fase A krijgen de behandelaren een korte training aangeboden in motiverende gespreksvoering (MGV) en de client-centered outcome-informed feedback methode (CDOI-feedback methode). Deze laatste methode geeft de behandelaar handvatten hoe hij/zij de behandeling kan bijsturen, stagnatie tijdig kan onderkennen en de behandeling beter kan af stemmen op de behoeften van de jongere.

In Fase B vullen de jongeren (n= 80) gedurende de eerste vier maanden van hun behandeling na elke behandelsessie dezelfde korte vragenlijst als in Fase A, maar nu wordt deze niet alleen ingevuld door de jongere, maar ook door de behandelaar. Een belangrijk verschil met Fase A is dat in Fase B de behandelaar en jongere op basis van de antwoorden op deze korte vragenlijst na elke sessie met behulp van MGV en de CDOI- feedback methode in gesprek gaan en in onderling overleg nagaan of zij met de behandeling op het goede spoor zitten en of de behandeling eventueel bijgesteld moet worden.

Projectduur

De looptijd van het gehele onderzoek is van eind 2014 tot eind 2016.

Financier

Deze studie wordt gefinancierd door Zorg Onderzoek Nederland (ZonMw), vanuit het programma “Effectief werken in de jeugdzorg”.

Onderzoeksteam